Sinds 2000 is er enorme vooruitgang geboekt bij het bereiken van de doelstelling van universeel basisonderwijs. Het totale inschrijvingspercentage in ontwikkelingsregio’s bedroeg in 2015 91 procent, en het wereldwijde aantal kinderen dat niet naar school gaat is met bijna de helft gedaald. Ook de alfabetiseringsgraad is spectaculair gestegen en veel meer meisjes gaan naar school dan ooit tevoren. Dit zijn allemaal opmerkelijke successen.
In sommige ontwikkelingsregio’s is de vooruitgang ook moeilijk als gevolg van grote armoede, gewapende conflicten en andere noodsituaties. In West-Azië en Noord-Afrika is door de aanhoudende gewapende conflicten het aantal kinderen dat niet naar school gaat toegenomen. Dit is een zorgwekkende trend. Hoewel Afrika bezuiden de Sahara van alle ontwikkelingsregio’s de grootste vooruitgang heeft geboekt bij de inschrijving op de basisschool – van 52% in 1990 tot 78% in 2012 – blijven er grote verschillen bestaan. Kinderen uit de armste gezinnen lopen tot vier keer meer kans om niet naar school te gaan dan kinderen uit de rijkste gezinnen. De verschillen tussen landelijke en stedelijke gebieden blijven ook groot.
De verwezenlijking van inclusief onderwijs van goede kwaliteit voor iedereen bevestigt de overtuiging dat onderwijs een van de krachtigste en meest beproefde middelen voor duurzame ontwikkeling is. Deze doelstelling zorgt ervoor dat alle meisjes en jongens tegen 2030 gratis basis- en voortgezet onderwijs afronden. Ook wordt gestreefd naar gelijke toegang tot betaalbare beroepsopleidingen, het wegwerken van verschillen tussen mannen en vrouwen en verschillen in welvaart, en het bereiken van universele toegang tot hoger onderwijs van goede kwaliteit.






