Het aantal ondervoede mensen is de afgelopen twee decennia met bijna de helft gedaald als gevolg van de snelle economische groei en de toegenomen landbouwproductiviteit. Veel ontwikkelingslanden die vroeger honger leden, kunnen nu in hun voedingsbehoeften voorzien. Centraal- en Oost-Azië, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied hebben allemaal enorme vooruitgang geboekt bij het uitroeien van extreme honger.
Helaas blijven extreme honger en ondervoeding in veel landen een enorme belemmering voor ontwikkeling. In 2017 waren er naar schatting 821 miljoen mensen chronisch ondervoed, vaak als rechtstreeks gevolg van aantasting van het milieu, droogte en verlies van biodiversiteit. Meer dan 90 miljoen kinderen onder de vijf jaar hebben een gevaarlijk ondergewicht. Ondervoeding en ernstige voedselonzekerheid lijken toe te nemen in bijna alle regio’s van Afrika, evenals in Zuid-Amerika.
De SDG’s beogen tegen 2030 een einde te maken aan alle vormen van honger en ondervoeding en ervoor te zorgen dat alle mensen – vooral kinderen – het hele jaar door voldoende en voedzaam voedsel hebben. Dit houdt in dat duurzame landbouw moet worden bevorderd, kleinschalige boeren moeten worden gesteund en gelijke toegang tot land, technologie en markten moet worden geboden. Het vereist ook internationale samenwerking om te zorgen voor investeringen in infrastructuur en technologie ter verbetering van de landbouwproductiviteit.






